| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.725.118.326 Bezoekers. |
|
afleiden |
0,01 sec. |
|
afleiden ww afleiden (leidde af enk ovt; heeft afgeleid volt deelw) [ˈɑflɛidə(n)]
(iemand) met iets anders bezighouden dan daarvoor Laat de aandacht bij je werk niet afleiden door het mooie weer buiten. Thesaurus afleiden: deduceren Vertalingen afleiden ableiten, ausziehen, deduzieren, extrahieren, folgern, fortführen, herleiten, schließen, wegbringen, zerstreuen, differenzieren, ablenken afleiden abstract, deduce, derive, distract, divert, entertain, extract, gather, induce, infer, differentiate, judge afleiden conclure, déduire, dériver, distraire, détourner, distraire (qn.)(de), divertir, dissiper, amuser afleiden cògliere, raccogliere, distrarre afleiden يَصْرِف الانتباه afleiden rozptýlit afleiden distrahere afleiden αποσπώ την προσοχή afleiden distraer afleiden häiritä afleiden odvratiti pažnju afleiden 注意をそらす afleiden 산만하게 하다 afleiden distrahere afleiden oderwać afleiden distrair afleiden отвлекать afleiden distrahera afleiden ทำให้ไขว้เขว afleiden ilgisini başka yöne çekmek afleiden làm sao lãng afleiden 转移注意力 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|