| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.748.883 Bezoekers. |
|
afleggen |
0,02 sec. |
|
afleggen ww afleggen (legde af enk ovt; heeft afgelegd volt deelw) [ˈɑflɛxə(n)]
1 (een weg) gaan We hebben de wandelroute in een half uur afgelegd. 2 (iets) doen een verklaring afleggen een eed afleggen 3 (een dode) wassen en aankleden het moeten afleggen tegen (iets of iemand) verliezen van (iets of iemand) Hij moest het afleggen tegen de dodelijke ziekte. het moeten afleggen tegen je concurrent Vertalingen afleggen ablassen, durchgehen, durchqueren, hindurchgehen, zurücklegen afleggen abbandonare, lasciare Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|