afknijpen

Vertalingen

afknijpen

détacher en pinçant, harceler (de) (ˈɑfknɛipə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kneep af , voltooid deelwoord heeft afgeknepen
(iemand) dwingen zich heel erg in te spannen soldaten intimideren en afknijpen
iemand niet geven waar hij of zij recht op heeft