afkeuren

Vertalingen

afkeuren

ablehnen, abschlagen, ausschlagen, versagen, verweigern, weigern, zurechtweisencondemn, rebuke, refuse, reproach, reprove, scrap, declareunfitforuse, disapprove, disapproveof, reject, scold, proscriberejeter, refuser, repousser, blâmer, condamner, désapprouver, déclarer impropre/inapte, réformer, désavouerbiasimo, biàsimoотклонить (ˈɑfkørə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd keurde af , voltooid deelwoord heeft afgekeurd
1. instemmen met (iets) niet goedvinden een wetsontwerp afkeuren
2. (iemand) ongeschikt verklaren (voor zijn werk) Veel bouwvakkers worden op latere leeftijd afgekeurd.