afkijken

(doorverwezen van afkijken)
Thesaurus
Vertalingen

afkijken

cribcopier, regarder jusqu'à la fin, tricher, pomper (ˈɑfkɛikə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd keek af , voltooid deelwoord heeft afgekeken
1. bij een ander kijken en overschrijven tijdens een proefwerk afkijken bij je buurman
2. (iets) leren door te kijken hoe een ander het doet het bakkersvak afkijken bij je vader