| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.781.212.305 Bezoekers. |
|
afgaan |
0,04 sec. |
|
afgaan ww afgaan (ging af enk ovt; is afgegaan volt deelw) [ˈɑfxan]
1 gaan werken De wekker gaat 's morgens om half zeven af. Het alarm gaat af. 2 iets onhandigs doen dat anderen merken;= een flater slaan;= blunderen bij het versieren van een meisje afgaan door je verlegenheid afgaan als een gieter heel erg blunderen Vertalingen afgaan abreisen, besuchen, einen Besuch abstatten, fortgehen afgaan partir, s'en aller, visiter, chuter complètement, descendre, foirer, partir (arme), quitter, sonner (réveil) afgaan ispezionare, visita, vìsita, visitare Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|