afdingen

Thesaurus
Vertalingen

afdingen

feilschen, dingen, marktenbargain, hagglemarchandermercanteggiare (ˈɑvdɪŋə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd dong af , voltooid deelwoord heeft afgedongen
minder geld willen geven dan gevraagd Wie goed kan afdingen, houdt veel geld over.
dat is helemaal waar