afbuigen

Vertalingen

afbuigen

branchoff, bend, curveobliquer, prendre, tourner (ˈɑvbœyxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd boog af , voltooid deelwoord heeft, is afgebogen
een andere richting geven of nemen een lichtstraal afbuigen rechtdoorgaand en afbuigend verkeer