adem

Thesaurus

adem:

ademtochtlucht, ademhaling, asem, zuurstof,
Vertalingen

adem

Atem, Hauchbreathhaleine, souffle, respiration, espritalito, etere, lenaنَفَسdechåndeανάσαalientohengitysdahpustoddechrespiraçãoдыханиеandetagลมหายใจnefeshơi thở呼吸נשימהдъх呼吸 (ˈadəm)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
lucht die door je mond naar binnen en naar buiten gaat
uitrusten Even zitten, even op adem komen.
de lucht niet naar buiten laten gaan van angst je adem inhouden
sterven
(iets) lang volhouden
lucht te kort komen Ik heb zo hard gerend, ik ben buiten adem.