achteraf

Thesaurus

achteraf:

ernanaderhand,
Vertalingen

achteraf

dann, darauf, hernach, hierauf, hinten, hinterher, nachher, später, weitafterwards, afar, far, faraway, next, outoftheway, remotely, subsequently, backensuite, après, puisdopo questo, in, in seguito (ɑxtərˈɑf)
bijwoord
1. vooraf nadat iets afgelopen is achteraf spijt hebben van je gedrag
2. niet waar de andere mensen of dingen zijn achterafstraatje