aardig

Thesaurus

aardig:

sympathiekleuk, lief,
Vertalingen

aardig

(ˈardəx)
bijvoeglijk naamwoord
1. als je iemand of iets aangenaam of vriendelijk vindt De buurvrouw is een aardig mens. een aardig tuintje
2. nogal groot of veel Dat is nog een aardig eindje lopen. een aardig centje bijverdienen

aardig

freundlich, hübsch, ziemlich, höflich, liebenswürdigaffable, amusing, friendly, kind, pretty, dainty, entertaining, fair, fairly, funny, good‐natured, nice, rather, relatively, tidy, earthygentil, aimable, affable, amène, bath, drôle, joli, mignon, relativement, gentiment, amusant, assez, assez grand, coquet, gentil/-le, jolie, pas mal, sympathique, agréable, chic, jolimentamicale, amichévole, benevolo, cortese, gradevole, gentileحَنُونٌlaskavývenligευγενικόςamableystävällinenljubazan親切な친절한snilluprzejmyamávelдобрыйsnällใจดีiyi kalplitử tế仁慈的 (ˈardəx)
bijwoord
flink Vanmorgen op de fiets was het nog aardig koud. aardig op weg zijn om je diploma te halen