aard

Vertalingen

aard

Natur, Abart, Art, Charakter, Gattung, Gemüt, Schlag, Sortecharacter, kind, nature, personality, sortnature, caractère, espèce, genre, acabit, sort, esprit, tempérament, naturel, génieespecieindole自然ธรรมชาติnaturezanaturالطبيعة자연φύσηטבע (art)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
karakter (van iets of iemand) Liegen ligt niet in haar aard.