aanzetten

Thesaurus
Vertalingen

aanzetten

anfeuern, anlegen, anstellen, antreiben, beifügen, heften, schleifen, wetzen, aufdrehenactivate, fan, fur, sew, sharpen, start, attach, fire, inspire, puton, putonto, sewon, stimulate, stirup, switchon, swotchon, turnon, urgeon, flag, impel, launch, move, turn onactiver, affiler, aiguiser, appliquer, apposer, allumer, allumage, inspirer, pousser, provoquercucire, accendereيُشْعِلُzapnouttændeανάβωencenderkytkeä päälleuključitiつける켜다slå påwłączyćligarвключатьsätta påเปิดaçmakbật开启 (ˈanzɛtə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zette aan , voltooid deelwoord heeft aangezet
1. (aan iets) vastmaken knopen aanzetten
2. zorgen dat iets werkt de televisie aanzetten
3. komen als iets al lang begonnen is laat op de avond ook nog eens komen aanzetten
4. komen met iets (dat niet goed ontvangen wordt) komen aanzetten met een ongeloofwaardig verhaal