| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.273.664 Bezoekers. |
|
aanvoeren |
0,03 sec. |
|
aanvoeren ww aanvoeren (voerde aan enk ovt; heeft aangevoerd volt deelw) [ˈanvurə(n)]
1 de leiding hebben over, of bovenaan staan een leger aanvoeren een sportteam aanvoeren een verkiezingslijst aanvoeren 2 ergens heen brengen levensmiddelen aanvoeren naar de winkels 3 tegen anderen zeggen argumenten aanvoeren tegen de bouw van een fabriek De winkeldief voert ter verdediging aan dat hij geen geld meer heeft. Vertalingen aanvoeren befehlen, befehligen, gebieten, kommandieren, zuführen aanvoeren alléguer, commander, diriger, être à la tête (de), transporter, débiter, invoquer, élever, véhiculer aanvoeren comandare, comando, dominare, lavorazione, ordine Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|