aanvoerder

Vertalingen

aanvoerder

('anvurdər) mannelijk meervoud -s

aanvoerster

Befehlshaber, Chef, Häupling, Haupt, Herr, Oberhaupt, Vorsteherleader, boss, chief, commander, superiorchef, capitaine, dirigeant/-ante, meneur/-euse, meneurjefecapo, imprenditorecapitãoKapitánКапитанκαπετάνιος선장القبطانкапитанkapitanKapten ('anvurstər) vrouwelijk meervoud -s
zelfstandig naamwoord
sport iemand die een team leidt