aanvankelijk

Thesaurus

aanvankelijk:

eerst
Vertalingen

aanvankelijk

anfänglich, zuerstatfirst, attheoutset, initial, inthebeginning, initiallyd'abord, initialement, à l'origine, au début, initial, originelвначале, изначальноمَبْدَئِيَّاًzpočátkuførstαρχικάal principio, inicialmentealussau početkuinizialmente最初に초기에i begynnelsenpoczątkowoinicialmentei börjanตั้งแต่แรกbaşlangıçtalúc đầu最初първоначално最初בתחילה (ˈanvɑŋkələk)
bijvoeglijk naamwoord
in het begin; eerst Aanvankelijk vond ik haar niet aardig, nu wel.