| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.725.466.080 Bezoekers. |
|
aanval |
0,01 sec. |
|
aanval zn m aanval (-len mv) [ˈanvɑl]
1 (gewelddadige) vijandelijke actie de aanval op een stad door de vijand 2 korte en hevige opkomst (van iets) een aanval van hooikoorts een woedeaanval in de aanval gaan beginnen aan te vallen; vooruit gaan Drie wielrenners van die ploeg gingen in de aanval. De aanval is de beste verdediging. zelf initiatief nemen is beter dan afwachten Thesaurus aanval: uitval Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|