aantrekken

Thesaurus

aantrekken:

straktrekken
Vertalingen

aantrekken

anziehen, antun, anlockenattract, draw, tighten, put on, drawtighter, puton, bait, donattirer, mettre, revêtir, allécher, appâter, appliquer, imposer, solliciter, charmer, endosser (vêtements), intéresser, serrer, tendre, passer, chausser, tentermettere, attrarreيَجْذِبpřitáhnouttiltrækkeπροσελκύωatraerviehättääprivućiひきつける끌어당기다tiltrekkeprzyciągnąćatrairпривлекатьattraheraดึงดูดความสนใจçekmeklôi cuốn吸引吸引למשוך (ˈantrɛkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd trok aan , voltooid deelwoord heeft aangetrokken
1. uittrekken aan je lichaam doen je sokken aantrekken
2. naar je toe halen Hoge bomen trekken de bliksem aan.
personeel proberen te krijgen
3. (een touw o.i.d) strakker maken een touw stevig aantrekken zodat alles goed vastzit
4. zo zijn dat je het leuk of aangenaam vindt Die muziek trekt me helemaal niet aan.