aantal

Thesaurus

aantal:

talveel,
Vertalingen

aantal

Anzahl, Zahlamount, numbernombreαριθμός, πλήθοςnumero, quantità, novero, numerareعددמספרброй (ˈantɑl)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -len
hoeveel van iets is Er wordt een groot aantal mensen verwacht. Het aantal verkochte kaartjes is vierhonderd.