| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.027.484 Bezoekers. |
|
aansteken |
0,01 sec. |
|
aansteken ww aansteken (stak aan enk ovt; heeft aangestoken volt deelw) [ˈanstekə(n)]
1 zorgen dat iets brandt;= aanmaken een kaars aansteken 2 een ziekte overbrengen op iemand anders;= besmetten Ik ben nu ook verkouden. Mijn broer heeft me aangestoken. Vertalingen aansteken anstecken, entzünden, infizieren, zünden aansteken communicate, illuminate, infect, kindle, light, switch, turnon aansteken contagiar, inficionar, encender aansteken zarazić Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|