aanstaand

Vertalingen

aanstaand

kommend, bevorstehend, folgend, kommender, künftig, nächst, nächster, nahe, umgehend, zukünftignear, close, following, nearby, next, comingprochain, proche, suivant, prochaine, futurεπόμενος, ερχόμενοςprossimo, imminenteمُقْبِلnadcházejícíkommendepróximo, que vienetulevanadolazeći次の다가오는kommendenadchodzącypróximoпредстоящийkommandeที่กำลังจะมาถึงgeleceksắp tới就要来的 (ˈanstant)
bijvoeglijk naamwoord
1. eerstvolgend Aanstaande maandag is een vrije dag.
2. die het genoemde wordt een bijeenkomst voor aanstaande vaders en moeders
degene met wie ik ga trouwen