| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.471.293 Bezoekers. |
|
aanspraak |
0,01 sec. |
|
aanspraak zn aanspraak (-spraken mv) [ˈansprak]
keer dat mensen tegen je praten Ik ben vaak alleen en heb weinig aanspraak. aanspraak maken op iets zeggen dat je recht op iets hebt aanspraak maken op een erfenis Thesaurus Vertalingen aanspraak claim, presumption, pretence aanspraak droit, occasion de parler, revendication Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|