aanraken

Vertalingen

aanraken

berühren, anrühren, rühren, tangierentouch, contacttoucher, se toucherάγγιγμα, άπτομαι, αγγίζωtoccareيَلْمُسُ, يَلْمِسُdotknout se, dotýkat serøretocarkoskea, koskettaadodirivati, dodirnuti接触する, 触れる닿다, 만지다berøredotknąćtocarкасаться, трогатьvidröraแตะ สัมผัส, สัมผัสdokunmak, temas etmekchạm phải, chạm vào触摸, 接触докосване觸摸 (ˈanrakə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd raakte aan , voltooid deelwoord heeft aangeraakt
(met de handen) komen aan (iets of iemand) De verliefde jongen wil het meisje heel graag aanraken.