aanpassen

Thesaurus

aanpassen:

bijstellenafstemmen,
Vertalingen

aanpassen

anpassen, adaptieren, anbequemen, erproben, probieren, prüfen, versuchen, anprobierenadapt, adjust, fit, accomodate, attempt, attune, test, try, tryon, tune, appropriate, change, format, kowtow, set, tailor, accommodate, try onajuster, essayer, adapter, adapter (à), essayer (vêtements), insérer, accommoder, s'adapter, s'ajusterensaiar, adaptar, ajustar, provarcorreggere, emendare, adattarsi, misurare, regolareيَتَكَيَّفُ, يَضْبِطُ, يَقْيسُ ثَوْباًpřizpůsobit (se), přizpůsobit se, zkusit sijustere, prøve, tilpasseπροβάρω, προσαρμόζωadaptar, adaptarse, ajustar, probarsesopeutua, sovittaaisprobati, prilagoditi試着する, 適合させる, 順応する입어 보다, 적응시키다, 조정하다justere, prøve (på), tilpassedostosować, przymierzyćадаптировать, примерять, приспосабливать(ся)anpassa, justera, provaปรับตัว, ลองสวมใส่ayarlamak, denemek, uyum sağlamakthích nghi, thử mặc改编, 试穿, 调节, 自定义Персонализиранеהתאמה אישית (ˈanpɑsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd paste aan , voltooid deelwoord heeft aangepast
1. (kleding) aantrekken om te kijken of die goed zit in de paskamer een rok aanpassen
2. geschikt maken voor een bepaald doel een woning aanpassen voor een invalide
je zo gedragen dat er geen probleem ontstaat zich aanpassen aan de gewoontes van een land