aanpakken

Thesaurus
Vertalingen

aanpakken

tackle, advance, approach, comeon, dealwith, deal withaborder, attaquer, s'avancer, empoigner, prendre, saisir, mener, s'attaquer (à), s’attaquer à, s’occuper deanticipo, avanzamento, avanzare, avvicinarse, affrontareيَتَعَامَلُ مَعَ, يُعَالِجُřešit, vypořádat setackle, tage sig afangehen, kümmern um (sich)αντιμετωπίζω, μαρκάρωabordar, ocuparse dekäsitellä, tarttua toimeennositi se, odlučno prionuti poslu取り組む, 扱う다루다, (문제에) 착수하다handle med, takleporadzić sobie z, szarżowaćenfrentar, lidar comприниматься, справляться сhantera, tacklaจัดการilgilenmek, üstesinden gelmekxử lý处理 (ˈanpɑkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd pakte aan , voltooid deelwoord heeft aangepakt
1. met de handen pakken wat je aangeboden wordt Wil je die stapel boeken even aanpakken?
2. maatregelen nemen tegen milieuovertredingen aanpakken
3. hard kunnen werken
4. streng zijn tegen