aannemen

Vertalingen

aannemen

annehmen, adoptieren, anwerben, dingen, empfangen, genehmigen, heuern, mieten, vermuten, voraussetzenaccept, adopt, affiliate, confirm, employ, hire, receive, suppose, take, assume, guess, presume, surmise, takein, concrete, consider, credence, espouse, presuppositionaccepter, adopter, supposer, admettre, accueillir, agréer, embaucher, recevoir, prendre, présumer, recueiller, croire, se charger (d'un travail), comporter, recueillir, revêtir, souffrirrecibir, suponeradottare, accettare, fagocitare, ottengo, ricevere, presumerecomprometer, presumirيَفْتَرِضُpředpokládatantageυποθέτωolettaapretpostaviti想定する가정하다antaprzypuścićсчитатьantaทึกทักเอาvarsaymakgiả thiết假定לאמץ (ˈanemə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd nam aan , voltooid deelwoord heeft aangenomen
1. weigeren ontvangen wat je aangeboden wordt een postpakket aannemen
luisteren wie je opbelt
ontvangen en doorgeven aan de persoon voor wie de boodschap is
2. weigeren goedkeuren een wetsvoorstel aannemen
3. denken dat iets juist is Ik neem aan dat hij goed thuisgekomen is.
4. (personeel) in dienst nemen nieuwe medewerkers aannemen
5. een kind adopteren Zij hebben alleen aangenomen kinderen.