| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.723.627.285 Bezoekers. |
|
aankunnen |
0,03 sec. |
|
aankunnen ww aankunnen (kon aan enk ovt; heeft aangekund volt deelw) [ˈankʏnə(n)]
1 sterk genoeg zijn om iets te kunnen doen een zware baan aankunnen 2 even sterk of sterker zijn dan (iemand anders) Hij probeerde me op de grond te krijgen, maar ik kon hem makkelijk aan. iemand aankunnen in een debat Thesaurus aankunnen: aanpassen Vertalingen aankunnen be able to cope with, be able to do, be able to match with, be stronger than aankunnen être capable (de), être de taille (à) Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|