| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.098.128 Bezoekers. |
|
aankleden |
0,02 sec. |
|
aankleden ww aankleden (kleedde aan enk ovt; heeft aangekleed volt deelw) [ˈankledə(n)] kleren aandoen
je weer aankleden na het zwemmen een patiënt helpen met aankleden Vertalingen aankleden habiller, meubler, revêtir, vêtir, s’habiller aankleden يلبس aankleden obléci (se) aankleden klæde sig på aankleden ντύνω aankleden vestirse aankleden pukeutua aankleden odjenuti aankleden vestirsi aankleden 服を着る aankleden 옷을 입다 aankleden kle (på) aankleden ubrać aankleden vestir-se aankleden одеваться aankleden klä på (sig) aankleden ใส่เสื้อผ้า aankleden giyinmek aankleden mặc quần áo aankleden 穿衣 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|