| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.001.043 Bezoekers. |
|
aanhouden |
0,02 sec. |
|
aanhouden ww aanhouden (hield aan enk ovt; heeft aangehouden volt deelw) [ˈanhɑudə(n)]
1 niet uitdoen je schoenen aanhouden 2 (iemand) laten stilstaan om iets te vragen een voorbijganger aanhouden om de weg te vragen 3 (van de politie) arresteren een fietsendief aanhouden 4 niet (laten) ophouden;= (laten) doorgaan Het slechte weer houdt aan. Thesaurus Vertalingen aanhouden anhalten, arretieren, aufschieben, bremsen, dauern, festnehmen, fristen, sperren, stunden, verhaften, vertagen, verzögern, währen aanhouden adjourn, arrest, continue, delay, endure, halt, hold, keep...burning, keepon, last, persevere, persist, postpone, pursue one's point, stop, flag, procrastinate aanhouden ajourner, arrêter, continuer, différer, durer, persévérer, persister, reculer, renvoyer, retarder, suspendre, garder (vêtements), laisser allumé, prolonger, saisir aanhouden continuar Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|