aanhoren

Vertalingen

aanhoren

anhören, aushorchen, horchen, zuhörenlistenécouterescutarascoltare, sentisti, udizioneescucharслушатьsłuchaćposlouchat聴くฟัง (ˈanhorə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd hoorde aan , voltooid deelwoord heeft aangehoord
aandachtig luisteren naar een verhaal aanhoren
erg lelijk klinken Dat pianospel is niet om aan te horen.