aanhalen

Thesaurus

aanhalen:

geknuffelciteren, liefkozing, aanhaling, verscherpen, streling,
Vertalingen

aanhalen

anführen, anziehen, erwähnen, nennen, zitieren, liebkosen, festziehenquote, cite, attract, caress, chuck, fondle, stroke, tightenattirer, citer, solliciter, rapporter des propos, invoquer, alléguer, câliner, serrervezzeggiare, stringereيُضَيِّقُzesílitstrammeσφίγγωapretarkiristääzategnuti締める단단히 죄다strammezacisnąćapertarзатягиватьdra åtทำให้แน่นหรือตึงขึ้นsıkılamakthắt chặt弄紧, 引用引用 (ˈanhalə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd haalde aan , voltooid deelwoord heeft aangehaald
1. naar je toetrekken en strelen je vriendinnetje aanhalen
2. strakker maken de banden met Europa aanhalen
zuiniger leven
3. woorden die eerder opgeschreven zijn opnieuw gebruiken iemand letterlijk aanhalen