aangeven

Thesaurus

aangeven:

declareren
Vertalingen

aangeven

zeigen, andeuten, angeben, anweisen, anzeichnen, anzeigen, aushändigen, deklarieren, denunzieren, einhändigen, erteilen, geben, herreichen, hinterbringen, kennzeichnen, markieren, überliefern, verbringen, weisen, zeichnen, zubringenindicate, convey, denounce, register, suggest, accuse, declare, give, hand, handover, pass, pointout, show, spend, state, denotedéclarer, indiquer, dénoncer, donner, accuser, bailler, désigner, livrer, marquer, signaler, abouler, passer, tracerdesignar, indicardichiarare, abbandonare, estimo, registrare, indicareيُبَيِّـنُnaznačitindikereυποδεικνύωosoittaaukazivati示す가리키다antydewskazaćindicarсвидетельствуетantydaชี้บอกişaret etmekchỉ ra指出 (ˈanxevə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd gaf aan , voltooid deelwoord heeft aangegeven
1. in de handen geven Geef me de peper even aan.
2. laten weten De dirigent geeft de maat aan. Je moet maar aangeven wanneer je klaar bent.
de leiding hebben de toon aangeven in een debat
3. aan de overheid bekend maken een diefstal aangeven bij de politie