aanduiden

Vertalingen

aanduiden

andeuten, anweisen, anzeichnen, kennzeichnen, markieren, weisen, zeichnen, zeigenindicate, suggest, pointout, show, denote, markdésigner, indiquer, marquerdesignardenunziare, indicare, millantare (ˈandœydə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd duidde aan , voltooid deelwoord heeft aangeduid
1. duidelijk maken Zijn trillende handen duiden aan dat hij zenuwachtig is.
2. aanstellen, benoemen een nieuwe kabinetschef aanduiden