aandrang

Vertalingen

aandrang

Andrang, Andrift, Antrieb, Impuls, Triebcrush, impulse, urgency, access, congestion, impetus, insistence, pressure, rushafflux, foule, incitation, instances, insistance, afflux de sang, congestion, impulsion, instance, presse, vive sollicitationquantità, tritare (ˈandrɑŋ)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
1. sterke behoefte de aandrang hebben om weg te gaan
naar de wc moeten
2. krachtige aansporing Op aandrang van mijn moeder deed ik het toch maar.