| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.869.619.473 Bezoekers. |
aandoen |
0,01 sec. |
|
|
aandoen ww aandoen (deed aan enk ovt; heeft aangedaan volt deelw) [ˈandun]
1 (kleding) aan je lichaam doen;= aantrekken een rok aandoen 2 zorgen dat iets werkt;= aanzetten;= aansteken de kachel aandoen 3 zorgen dat iemand iets naars meemaakt;= toebrengen iemand verdriet aandoen 4 de genoemde indruk maken;= overkomen als De warmte doet aangenaam aan. 5 onderweg bezoeken een haven aandoen Vertalingen aandoen antun, anziehen, berühren, bewirken, ergreifen, erregen, rühren, veranlassen, verursachen, zufügen aandoen affecter, allumer, appliquer, causer, déterminer, émouvoir, entraîner des conséquences, faire escale à, imposer, mettre, procurer, remuer, revêtir, s'arrêter à, toucher à, tourner, infliger, chausser, brancher, donner, ouvrir aandoen commuòvere, concèrnere Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|