aanbreken


Zoekopdrachten gerelateerd aan aanbreken: aanbreken van de dag
Vertalingen

aanbreken

anbrechen, anfangen, beginnenbegin, breakinto, broach, commence, cutinto, startentamer, débuter, commencer, naître, toucher (à), poindresorgere (ˈambrekə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd brak aan , voltooid deelwoord
1.
voltooid deelwoord is aangebroken
beginnen De dag breekt aan.
2.
voltooid deelwoord heeft aangebroken
openmaken en er iets van nemen een pak koek aanbreken een aangebroken pak melk blijft niet lang goed