aanbidder

Thesaurus
Vertalingen

aanbidder

(amˈbɪdər) mannelijk meervoud -s

aanbidster

adorateur, soupirant, prétendant, amoureux (amˈbɪtstər) vrouwelijk meervoud -s
zelfstandig naamwoord
bewonderaar Die zanger heeft veel aanbidders.