tumult
Aufruhr, Aufstand, Getümmel, Krawall, Tumultagitation, riot, tumultbagarre, tumulte, barouf, baroufle, ouragan, vacarme (tuˈmʏlt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud opschudding met veel lawaai
tumulte mannelijk De jongens veroorzaakten in hun dronken bui veel overlast en tumult. Dans leur soûlographie les garçons ont causé pas mal de gêne et de tumulte. Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.