| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.579.185 Bezoekers. |
|
wezen |
0,03 sec. |
|
wezen1 zn onz wezen (-s mv) [ˈwezə(n)] 1 levend schepsel, zoals een mens of dier een menselijk wezen een buitenaards wezen 2 de essentie (van iets of iemand);= kern;= kwintessens oorsprong en wezen van de dingen wezen2 ww wezen [ˈwezə(n)]
1 zijn Dat zal wel wezen. 2 gaan We zijn wezen fietsen. Ze mag er wezen. ze is mooi, aardig enz. Het zal mij een zorg wezen. het kan me niets schelen Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|